Achtergrond afbeelding
pijl pdf Share on LinkedIn Share on Twitter
03-09-2005 Verticale brandoverslag bij gebouw II NEN 6068: Veilige afstanden overstijgen in sommige gevallen de verdiepingshoogte
Verticale brandoverslag bij gebouw II
Afbeeldingen

In Bouwbesluit in de Praktijk nummer 4 van april 2005 is een artikel gepubliceerd over verticale brandoverslag bij woongebouwen. In dat artikel is aangetoond dat, wanneer de weerstand in brandoverslag in verticale richting volgens NEN 6068:2001 wordt berekend, dit tot grote veilige afstanden kan leiden. Deze veilige afstand kan bij eenzijdig georiënteerde woningen in sommige situaties groter worden dan de hoogte van de bovenliggende verdieping. Dit is bij een gegeven woningontwerp alleen op te lossen door een deel van de gevels 30 minuten brandwerend uit te voeren of door de woningen te voorzien van een sprinkler.

TEKST IR W.F.M. VAN DER VLIET

Situaties met eenzijdig georiënteerde woningen zijn bijvoorbeeld:

  • Woningen in een woongebouw met een ontsluiting via een middengang, waarbij de woningen aan weerszijden van de gang liggen;
  • Woningen in een woongebouw met een ontsluiting via een besloten galerij;
  • Woningen in een woongebouw met een ontsluiting via een besloten glasoverkapte ruimte.

Het Bouwbesluit schrijft trouwens niet voor dat de ramen in een brandwerende gevel zelfsluitend moeten zijn. Zie hiervoor bijvoorbeeld pagina 226 van het Praktijkboek Bouwbesluit 2003 van het Ministerie van VROM.

Nieuwe NEN 6068
De nieuwe NEN 6068:2004 'Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten' gebruikt een beter fysisch model voor het berekenen van de vlamgeometrie. In Bouwbesluit in de Praktijk nummer 6 van juni 2005 is hierop nader ingegaan. Bij het berekenen van de warmtestralingsflux in verticale richting, dus vanuit een brandcompartiment naar een hoger gelegen brandcompartiment, geeft de nieuwe NEN 6068:2004 een gunstiger resultaat dan dezelfde berekening volgens de oude NEN 6068:2001. Naar verwachting treedt de NEN 6068:2004 op 1 september 2005 in werking. Aan de hand van twee voorbeelden worden de verschillen toegelicht. De berekeningen volgens NEN 6068:2004 zijn gemaakt met BRANDO 2 van BRIS.

Voorbeeld 1
Het eerste voorbeeld is dezelfde situatie als is besproken in Bouwbesluit in de Praktijk nummer 4. In het betreffende artikel is een deel van de toelichtende figuur weggevallen. De juiste figuur van een fictieve gevel is hiernaast weergegeven. Om op een juiste wijze met de nieuwe versie van de norm te kunnen werken, moet de maatvoering van de gevelopeningen op een meer gedetailleerde wijze zijn vastgelegd dan bij het werken met de oude versie van de norm. Daarom zijn in de figuur meer maten opgenomen. In tabel 1 staat een overzicht van de berekende stralingsfluxen voor de punten 1, 2 en 3 volgens de oude versie van de norm en volgens de nieuwe versie.

Tabel 1

                                                Stralingsflux in kW/m²
Rekenpunt           NEN 6068:2001                 NEN 6068:2004 (zie Figuur 1)
Punt 1                    17,3                                       14,1
Punt 2                    16,2                                       13,2
Punt 3                    18,7                                       1,2

Voor dezelfde ruimtegeometrie mag bij de berekening volgens NEN 6068:2001 geen bouwvergunning worden verleend, terwijl dit bij de berekening volgens NEN 6068:2004, voor wat betreft het onderdeel stralingsflux, geen probleem zou zijn. Bij de punten 1 en 2 ter plaatse van relatief hogere ramen bedraagt het verschil in stralingsflux circa 3.000 W/m². Bij het lage raam is het verschil veel groter, namelijk circa 17.500 W/m², ofwel van een flux die ruim hoger is dan de maximaal toegestaan waarde tot een bijna te verwaarlozen flux. De achtergrond hiervan is dat de berekende vlamlengte bij het lage raam aanzienlijk kleiner is dan de vlamlengte bij de hogere ramen.

Voorbeeld 2
Het tweede voorbeeld is afkomstig uit de NPR 6091:1995 'Brandveiligheid van gebouwen; Brandveiligheid door straling tussen ruimten'. In tabel 20 wordt een veilige afstand van 2,40 meter tussen boven elkaar gelegen gevelopeningen gegeven voor de volgende situatie: WBDBO van 30 minuten bij een volledige brand en gevelopeningen aan een zijde van het brandcompartiment. Het brandcompartiment heeft een breedte van zeven meter, een diepte van negen meter en een vrije hoogte van 2,65 meter en strekt zich uit over een bouwlaag. In de gevel zit een raam met een hoogte van 1,8 meter en een breedte van twee meter. Dit is een situatie die in de praktijk waarschijnlijk niet voorkomt maar het gaat hier om het voorbeeld. Wanneer de veilige hoogte wordt berekend volgens de nieuwe norm kan deze worden verkleind van 2,40 meter naar 1, 75 meter. In figuur 2 is een fictieve doorsnede van dit voorbeeld gegeven. De berekende stralingsflux aan de onderzijde van het bovenliggende raam bedraagt dan 22,7 4 kW/m2 volgens de oude versie en 20,59 kW/m2 volgens de nieuwe versie. De nieuwe versie van de norm geeft dus een aanzienlijke verbetering maar leidt in dit (absurde) voorbeeld nog steeds tot een te hoge stralingsflux.

Conclusie
De NEN 6068:2004 is een grote stap vooruit ten opzichte van de versie 2001. Door een betere fysische modellering wordt de berekende vlamlengte en daarmee de stralingsflux verkleind. Voor veel eenzijdig georiënteerde woningontwerpen leidt dit tot een gevel die zonder aanvullende brandpreventieve of brandwerende maatregelen gebouwd kan worden.

Download hier het hele artikel

Stel uw PDF-selectie samen door op de PDF-iconen te klikken bij projecten, nieuws en publicaties
Direct naar